wpebf67a09_0f.jpg
wpe2142be5.png
wpe2142be5.png

© 2009 Modevakcentrum creatief          

 

wp1062625c.png
wpf04df5ff.png
wpfa68053d.png
wp2ece7e12.png

 

- Knip zo zuinig als het kan, laat patronen, strepen en motieven mooi doorlopen.

 

- Naai de reserveknoop op een stukje karton en zet erbij van welk kledingstuk het is.

 

- Bewaar naalden in een naalden boekje, zo raak je ze niet kwijt in het speldenkussen.

 

- De laatste rijgdraadjes verwijder je makkelijker met een pincet.

 

- Gebruik voor stof en papier altijd een andere schaar of rolmes.

 

- Het liefst alle patroondelen in dezelfde richting leggen, maar bij stoffen met een vleug of dessin is        het heel beslist noodzakelijk.

 

- Voorkom uitzakken van naden in rekstof door een recht bandje mee te naaien. De zelfkant van            voering kan hier ook voor gebruikt worden.

 

- Gebruik altijd een speciale naald, afgestemt op de stofsoort.

 

- Bij rekstof blijft de zoom rekbaar, als je hem naait met de tweelingnaald.

 

- Katoen, linnen en jeans altijd eerst wassen. Het kledingstuk zal dan niet meer krimpen.

 

- Rokdelen die schuin uit de stof worden geknipt, tussen het werk door steeds ophangen aan een         kleerhanger, om te voorkomen dat hij later in punten gaat hangen.